Democratie voor minderjarigen: de stemleeftijd in Nederland en Europa
Op 22 november 2023 hebben miljoenen stemgerechtigde Nederlanders van 18 jaar en ouder hun stem uitgebracht voor de Tweede Kamerverkiezingen. Als het aan Volt ligt, wordt deze leeftijd verlaagd naar 16. Wat blijkt uit onderzoek over de mogelijke effecten daarvan op de democratie? En hoe hoog is de stemgerechtigde leeftijd in andere Europese landen? Charge is erin gedoken.
De stemleeftijd heeft in de aanloop naar de verkiezingen een kleine rol gespeeld in sommige campagnes. Volt, GL-PvdA, PvdD, D66 en BIJ1 spraken zich uit vóór het verlagen van de stemgerechtigde leeftijd naar 16 jaar. Voorstanders stellen dat jongeren vanaf 16 jaar al op veel manieren meedoen aan de maatschappij en dat de politiek een grote impact op de toekomst van jongeren heeft. Het lijkt daarom logisch dat zij ook mee mogen bepalen over deze toekomst. Simon van Teutem van de Correspondent schreef hierover: “Op 16-jarige leeftijd mag je fulltime werken, een tractor besturen, je eigen kind opvoeden en je verkiesbaar stellen voor de gemeenteraad. Waarom mag je dan niet stemmen?”
Volgens tegenstanders zitten jongeren nog in het proces van persoonlijke groei en ontwikkeling. Tenslotte ben je volgens de wet pas vanaf 18 jaar pas volwassen en meerderjarig.
Positieve effecten
In de wetenschap bestaat er geen consensus over de stemleeftijd. In Oostenrijk heeft de Universiteit van Wenen een onderzoek uitgevoerd dat aantoont dat de opkomst van 16- en 17-jarigen significant hoger is dan die van stemmers die voor het eerst meededen aan de verkiezingen op 18 of 19 jarige leeftijd. Het verlagen van de stemleeftijd naar 16 kan volgens een Portugese studie helpen bij het aanpakken van het probleem van lage participatie. Zo zou er bewijs zijn dat mensen die stemmen in de eerste verkiezingen waar ze aan mee mogen doen, waarschijnlijk ook in de jaren daarna zullen stemmen.
Een andere Oostenrijkse studie ontkracht de populaire aanname dat tieners niet voldoende geïnformeerd zijn om te gaan stemmen. Dit argument wordt weleens gebruikt omdat zo’n gebrek aan politieke interesse en kennis invloed zou hebben op de kwaliteit van hun stemkeuze. De onderzoekers schreven: “We zien niet dat burgers onder de 18 bijzonder onbekwaam of onwillig zijn om effectief deel te nemen aan de politiek.” Dit onderzoek bevestigt ook dat 16- tot 17-jarigen vaker stemmen in de verkiezingen dan 18- tot 19-jarigen. Het argument dat hun stemkeuze van lagere kwaliteit zou zijn, werd ontkracht: “We zien niet dat de stemkeuzes van burgers onder de 18 hun voorkeuren minder goed weerspiegelen dan die van oudere stemmers. [...] Het verlagen van de stemgerechtigde leeftijd lijkt geen negatieve invloed te hebben op de legitimiteit van de inbreng en de kwaliteit van democratische beslissingen.”
Negatieve effecten
Niet al het onderzoek stemt positief over de invoering van een lagere stemleeftijd. Toen I&O in opdracht van Binnenlands Bestuur aan Nederlandse jongeren vroeg of ze zelf voorstander zijn van het verlagen van de stemleeftijd, bleek slechts 24% voor te zijn. Volgens dit onderzoek zou 30% van de 16- tot 17-jarigen naar eigen zeggen naar de stembus gaan tijdens de Tweede Kamerverkiezingen.
Uit een onderzoek van de Universiteit Gent onder vierhonderd 16- en 17-jarige Vlaamse middelbare scholieren bleek dat de verlaging van de stemleeftijd de politieke interesse niet significant vergroot. Met name socio-economische factoren zoals onderwijsvorm bleken verbonden met hun politieke interesse. Volgens het onderzoek heeft een verlaging van de stemleeftijd vooral een positief effect op reeds politiek geïnteresseerde jongeren met een hoge socio-economische status, die meestal hoogopgeleid zijn. Bij jongeren die lager opgeleid zijn is dit niet het geval. Dit zou dus kunnen bijdragen aan een situatie waarin lager opgeleide jongeren minder vertegenwoordigd worden in de politiek.
De aankomende Europese Parlementsverkiezingen bieden de mogelijkheid om meer onderzoek te doen naar de stemleeftijd. Voor de Europese Parlementsverkiezingen is de stemleeftijd vastgesteld op 16 in Oostenrijk, België, Duitsland en Malta, op 17 in Griekenland, en op 18 in de overige lidstaten. Misschien wordt het tijd dat Nederland hier ook mee aan de slag gaat.
Bronnen:
Aichholzer, J., &en Zeglovits, E. (2014). Are People More Inclined to Vote at 16 than at 18? Evidence for the First-Time Voting Boost Among 16- to 25-Year-Olds in Austria. Journal of Elections, Public Opinion and Parties. 24(3): 351–361.
https://www.ncbi.nlm.nih.gov/pmc/articles/PMC4864896/
Ferreira, T., Malafaia, C., & Ribeiro, N. (2023) Lowering the voting age to 16: Young people making a case for political education in fostering voting competencies. Education, Citizenship and Social Justice, 18(3) 327–343.
https://repositorio.iscteiul.pt/bitstream/10071/26790/1/article_90750.pdf
Johann, D., Kritzinger S., & Wagner M. (2012) Voting at 16: Turnout and the quality of vote choice. Electoral Studies. 31(2): 372–383. https://www.ncbi.nlm.nih.gov/pmc/articles/PMC4020373/
Quakebeke, F. van & Schaap T., (2016) De impact van het verlenen van stemrecht op de politieke interesse – een kwantitatief onderzoek bij zestien- en zeventienjarigen. Universiteit Gent.
https://lib.ugent.be/nl/catalog/pug01:7202818